|
Uittreksel van het contactblad nr
8/2003, tijdschrift van de
CCN Vogelzang CBN (Commissie voor Behoud, Beheer en Ontwikkeling
van de Natuur in de VOGELZANGbeekvallei, v.z.w.).
De vallei bevindt zich aan de
zuid-westelijke grens van Anderlecht en de Meylemeers, tussen de ULB –
Erasmus en het kerkhof.
Zoals
wij reeds aankondigden in onze speciale editie (Aankondiging Beheer
2002/2003), werd het project van de GOMB van 22.04.2002 tot 06.05.2003 aan
een openbaar onderzoek onderworpen.
Ondanks
onze verschillende acties tegen dit project (reportages in de media,
beschermingsaanvraag, persmededeling en artikels, briefwisseling met de
Regeringsleden en met de Leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad,
petitie, ...), heeft de GOMB steeds een echte dialoog geweigerd en een
project ontwikkeld dat op meerdere punten onaanvaardbaar is. Onze
Commissie zag zich verplicht te reageren tegen dit project. Daarom
stuurden wij de Gemeente een gemotiveerde brief, en een kopie ervan naar
de Minister voor Leefmilieu en de Staatssecretaris voor Monumenten en
Landschappen. Deze brief ging vergezeld van een dossier met alle
argumenten die onze oppositie kracht bijzetten.
Hieronder
volgt de inhoud ervan :
______________________
-
Het hele gebied in kwestie is in 1995 het voorwerp geweest van een
gemotiveerde beschermingsaanvraag. Die aanvraag werd ondertekend door
twaalf verenigingen voor Natuurbescherming, namelijk : Aves –
Société d’Etudes Ornithologiques (Section Bruxelles/Brabant), de CEBE
– Commission de l’Environnement Bruxelles et Environs, de CNB –
Cercle des Naturalistes de Belgique (Cercle des Guides Nature du Brabant),
het Nationaal Verbond voor Natuurbescherming, het Gemeenschappelijk
Verbond van Verenigingen voor Natuurbescherming – Brussel, Jeunes &
Nature, JNM – de Jeugdbond voor Natuurstudie en Milieubescherming, het
Koninklijk Belgisch Verbond voor Bescherming van de Vogels,
Natuurreservaten BNVR sinds 2002 Natuurpunt (Afdeling Brussel), Réserves
Naturelles RNOB, De Wielewaal sinds 2002 Natuurpunt (Afdeling Brussel) en
het WWF – het
Wereldnatuurfonds.
-
De
verklaring van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, afgelegd ter
gelegenheid van de bescherming van het gebied van de Vogelzangbeekvallei
omwille van zijn wetenschappelijk en esthetisch belang (Arrest van
12.11.1998), en meerbepaald, «Zodra
de ontwikkeling van deze twee projecten (verbrandingsoven en
industriepark) ver genoeg gevorderd zijn, kan in een tweede fase een
voorstel tot uitbreiding van het beschermde gebied worden voorgesteld aan
de Regering. Op die manier kan van het landelijk en kleinschalige
landschap dat grenst aan de reeds beschermde zone, ook nog een deel beschermd worden».
-
Het gunstig advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en
Landschappen, waarbij de begrenzing ook een deel van de Meylemeers omvat
(het lager gelegen gedeelte en het zijvalleitje langs het kerkhof).
-
De aanvraag van 30 juli 1999 om de tweede fase van de
bescher-mingsprocedure te herzien via een nieuwe begrenzing. Die voorziet
in de bescherming van het lager gelegen gedeelte van het gebied (de weide
met de knotwilgen, de boomgaarden en de hoeve) en het zijvalleitje dat
langs het kerkhof loopt.
Tijdens het openbaar onderzoek en de
daaropvolgende overlegvergadering maakten de vele deelnemers hun verzet
tegen dit project kenbaar. Daarom gaf de Overlegcommissie de opdracht om
de lopende milieueffectenstudie te laten evalueren door een
Begeleidingscomité. Dankzij het stevige dossier dat we samenstelden, werd
onze Commissie aangesteld als deskundig lid van dit Comité. We zitten
daarmee op de eerste rij om deze werkzaamheden te volgen !
Het studiebureau AGORA, belast met de
effectenstudie, heeft duidelijk geluisterd naar de opmerkingen die door
ons en de andere leden van het Comité zijn geformuleerd. In de meeste
gevallen kreeg dat ook zijn weerklank in de studie, behalve voor twee –
evenwel niet de minste – punten! Zo heeft de met de studie belaste
onderzoeker de stelling verdedigd dat de opmerkingen in het GBP geen
kracht van wet hebben en dat enkel de voorschriften tellen.
Als deskundig lid van het Comité gingen wij
hier niet mee akkoord en dat hebben we ook nog eens schriftelijk laten
weten. Omdat de andere deelnemers niet hebben gereageerd, hebben wij ook
gevraagd dat het Comité de juridische aspecten van deze elementen van het
GBP onderzoekt.
De beslissing van de Regering betreffende de
bescherming van een deel van de Meylemeers is opgetekend in het verslag
van haar bijeenkomst van 20 juli 2000. In hun briefwisseling hebben
verscheidene leden van de Regering deze beslissing aan ons meegedeeld,
meerbepaald de vorige Minister-President Jacques Simonet (huidig
Burgemeester van Anderlecht), Minister Eric Tomas en Staatssercretaris
Robert Delathouwer. Deze beslissing werd in het Brussels Parlement ook
bevestigd door Eric Tomas, Voogdijminister over de GOMB, naar aanleiding
van zijn antwoord op de schriftelijke vragen nr. 48 van M. Cools en nr. 64
van W. Vandenbossche.
In het GBP is die beslissing opnieuw
opgenomen bij de opmerkingen van de Regering en gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad van 14 juni 2001, pagina 20039
Voor sommigen is dit misschien een detail,
maar het feit dat het door de GOMB gekozen Studiebureau Agora deze
beslissing weigert te vermelden in het hoofdstuk “Stedenbouw” van zijn
effectenstudie, is volgens ons onhoudbaar. Het geeft immers de indruk dat
het project zich zonder beperkingen kan ontwikkelen over de hele
oppervlakte van het gebied. Om
de effecten correct te kunnen inschatten, is het juist veel gepaster om
vermelding te maken van de regeringsbeslissing in al de hoofdstukken
waarin het niet toepassen ervan riskeert zekere effecten met zich mee te
brengen. Dat is het geval voor de meeste hoofdstukken. Telkens de
bestemming van het GBP wordt vermeldt zonder er de opmerking betreffende
het gebied aan toe te voegen, wordt de beslissing - en dus ook het woord
en de geloofwaardigheid - van onze Regering in twijfel getrokken. Maar is
dat redelijk?
Heel onlangs nog heeft onze huidige
Minister-President François-Xavier de Donnea de beslissing van de
Regering bevestigd en daarbij ook de waarborg gegeven dat ze zal worden
toegepast. Waarom heeft men in de effectenstudie dan zo’n angst om er
wel degelijk rekening mee te houden?
Wat de alternatieven betreft, hebben wij een
precisering aangebracht. Tijdens de vergaderingen werd inderdaad
gepre-ciseerd dat de alternatieven gefuseerd kunnen worden. In dat geval
vormen ze een aanvaardbare oplossing op het vlak van de instandhouding van
het huidige kleinschalige landschap. Op die manier verkrijg je twee
duidelijk gescheiden zones. De noord-westelijke zone van het gebied zal
verstedelijken en volledig aan het “Erasmus Zuid” project worden
gewijd. De andere, zuid-oostelijke zone, vormt dan de beschermde groene
zone (valleitje van de Meylemeers en lager gelegen deel van het gebied,
hoeve inbegrepen). Vandaar dat de volgende aanpas-singen moeten gebeuren:
-
De begrenzing tussen de twee zones kan samenvallen met een
landelijke verbindingsweg tussen de huidige aanzet naast de hoeve aan de
Meylemeersstraat en het uiteinde van de Sint-Janskruidlaan.
Straatbekleding (kasseien en fiets-paden), aanleg en aanplantingen zullen
het landelijk karakter van het landschap versterken. De toegang zal er
beperkt blijven tot de voetgangers, fietsers en nooddiensten.
-
De wegen in de bebouwbare zone moeten worden herzien in functie van
de noden van deze zone. Naar onze mening is de tweede toegang via de
Lenniksebaan dan niet meer nodig. Hetzelfde geldt voor het bijhorend rond
punt. Een weg aanleggen aan de rand van de zones heeft dus geen zin. De
drie bouwzones kunnen worden bediend door een binnenweg met twee
rijstroken in éénrichtingsverkeer. Naast een belangrijke besparing op
die post, zou dit ook een vermindering van de verkeershinder opleveren.
-
De werken in de beschermde zone zullen dus beperkt blijven tot het
renoveren van de hoeve en de aanleg van de landelijke verbindingsweg, de
afvoerbuizen en de verschillende onweersbekkens.
In het hoofdstuk “Interacties”, moet de
studie het verband leggen tussen de effecten (postieve of negatieve) van
de verschillende hoofdstukken. We hebben dus gevraagd om in dit hoofdstuk
beter de automatismen die aan onze voorstellen gekoppeld zijn uit te
diepen, want aan de positieve effecten ervan (instandhouding van het
landschap, herwaardering van het patrimonium, de educatieve en didactische
rol, duurzame ontwikkeling, sociale en recreatieve functie,…) mag
helemaal niet zonder meer worden voorbijgegaan. De bewoners zijn zich er
zeer bewust van dat het patrimonium hun omgeving aanzienlijk verrijkt en
ze hebben gelijk zich zorgen te maken over de omvang van het project. In
dat opzicht scharen wij ons achter de stelling van de Heer De Greef,
Voorzitter van het wijkcomité “Vogelenzang”, die vraagt om de
opheffing van de bouwzone die zich in de as van het valleitje situeert,
indien men de alternatieve inplanting van de bouwzones weigert. We
begrijpen dat omwille van de wettelijke proceduretermijnen de effecten van
dit alternatief niet meer kunnen worden onderzocht. Maar daarom ook spijt
het ons dat door tijdsgebrek de studie onvolledig zal zijn. Jammer !
We stellen vast dat de effectenstudie
duidelijk tot uiting brengt welke schade zal veroorzaakt worden aan de
wetenschappelijke en esthetische waarden van de Meylemeers indien het
project van de GOMB doorgaat zoals voorzien. Zo voorziet het hoofdstuk
“Fauna en Flora” voor alle bouwzones vernielingen met verliezen van
verscheidene biologisch waardevolle en zeer waardevolle zones, evenals
schade aan de boomgaarden (een complex van biologisch minder waardevolle
en zeer waardevolle elementen). Ook wordt verwacht dat de vernielingen
felle schade zullen berokkenen aan de wetenschappelijke waarden van het
valleitje, met als gevolg het verlies van het broedterritorium van de
Steenuil!
Op
het vlak van het landschap (esthetische waarden) klaagt de studie aan dat
de drie voornaamste bouwzones zich niet integre-ren in het bestaande
kleinschalige landschap. De groene zone is niet geïntegreerd in het
valleitje, wat er een zeer artificieel karakter aan geeft. De inplanting
van een centrum voor seminaries en colloquia waar nu de hoeve staat,
druist in tegen de natuur en de ziel zelf van deze plaats. De studie vindt
het behoud van de meeste fruitbomen en knotwilgen positief, maar voegt er
ook aan toe dat voor de boomgaarden de mogelijkheid om zich verder te
ontwikkelen moet worden voorzien en dat het voortbestaan van de bomenrijen
moet worden verzekerd.
In het “Sociaal en economisch” hoofdstuk
heeft de met de studie belaste onderzoeker de uitvoerbaarheid nagegaan van
een project voor de inrichting van een didactische boerderij in het
gebied. In zijn besluit beoordeelt hij dit project als moeilijk
realiseerbaar omwille van een gebrek aan beschikbare terreinen (!). Dat
zouden we graag geloven, maar de studie baseert zich uitsluitend op de
beschikbare ruimte binnen het project van de GOMB, d.w.z.: de moestuin
voor de hoeve (150 m²), de boom-gaard (3.000 m²) en een stuk van de met
knotwilgen omzoomde weide. Voeg je daarbij echter de delen van het
valleitje die zullen worden beschermd (als ons advies wordt gevolgd) en
die gelegen zijn in de groene zone langs het kerkhof, evenals de delen van
de boomgaard en van de weide met knotwilgen die zich buiten het gebied van
de GOMB bevinden (door de nieuwe eigendomsgrenzen), de boomgaard in
eigendom van de ULB, en de percelen die elders in de vallei nog
beschikbaar zijn (eigendommen van de ULB, het OCMW en de Gemeente), enz
…, dan houdt dat argument absoluut geen steek! De GOMB heeft ook laten
weten dat dit soort project totaal buiten het kader van haar opdrachten
valt. Dat is weer eens wat nieuws: economische ontwikkeling kennen we wel,
maar duurzame ontwikkeling? Nooit van gehoord…
In verband met de nieuwe eigendomsgrenzen,
hebben wij doen opmerken dat deze het landschap niet respecteren. Zowel
van de boomgaard als de weide met knotwilgen wordt er immers een stuk
geamputeerd: dat op zich vormt al een aanslag op de integriteit van het
landschap. Door de structuren van het kleinschalige landschap, die er één
van de voornaamste waarden van uitmaken, niet te respecteren, gaat men
volledig in tegen de belofte van de Regering.
Op het einde van de studie, in het hoofdstuk
“Synthese en besluit” (paragraaf “Patrimonium”), wordt er in een
zinnetje gezegd: Wat de aanleg van
zone D (de hoeve) betreft, is
het project niet in overeenstemming met de regeringsbeslissing van
16/11/2000 die vraagt om het behoud van de hoeve.
In
principe zal deze effectenstudie aanleiding geven tot een nieuw openbaar
onderzoek, en bij die gelegenheid zal de CCN Vogelzang CBN haar
opmerkingen tegen dit project opnieuw indienen. Deze opmerkingen zullen
worden aangevuld met nieuwe details en kracht bijgezet met de +
2000 handtekeningen van onze petitie. Na dit openbaar onderzoek zullen de
verschillende gewestelijke en gemeentelijke overheden beslissen of het
project van de GOMB al dan niet het stedenbouwkundig en milieu-attest
bekomt. Het is moeilijk te voorspellen in welke mate de overheden rekening
zullen houden met de besluiten van de Overlegcommissie. Wel zullen ze
moeilijk of niet de argumenten en aanbevelingen van deze commissie naast
zich neer kunnen leggen. Alles is dus nog mogelijk en we kruisen dus de
vingers dat jullie handtekeningen ten gunste van de instandhouding van een
deel van de Meylemeers en de inspanningen van onze Commissie niet voor
niets zullen zijn geweest.
Van de gelegenheid maken we ook gebruik om
onze dank te betuigen aan al de verenigingen en personen, die ons hebben
gesteund en aangemoedigd in de strijd om dit kleine stukje natuur, vol
charme en allerlei vormen van bruisend
leven, voor de komende generaties te bewaren. Aan hen ook dank
vanwege deze dieren en planten: telkens je voorbij de Meylemeers komt,
bezorgen zij je, als je hen er even de kans toe geeft, ruimschoots cadeaus
terug.
INFO: Peter Vanbellinghen, e-mail:
vogelzang@easynet.be
|